**Taal is ‘hot’. De Nederlandse regering heeft in 2018 extra budget vrijgemaakt om aandacht te geven aan laaggeletterde ouders en ook in het coalitieakkoord 2018 - 2022 van Rotterdam heeft taal een prominente rol gekregen. Met een nieuw programma richten Rotterdam Sportsupport, Bibliotheek Rotterdam en Basisschool RK de Regenboog zich op ouders die een steuntje in de rug kunnen gebruiken bij de Nederlandse taal. **

De drie partijen hebben de zogenoemde ‘Sportieve Taalles’ ontwikkeld, een pilot waarbij bewegen en taal samen komen voor peuter en ouder. De peuters leggen, onder begeleiding van een ouder, een sportief parcours af en doen voor elke sportieve oefening sámen met de ouder een taaloefening. Aan het einde van de les krijgen de deelnemers een tas mee naar huis met Nederlandse taalopdrachten en spelletjes zodat ze thuis samen met de ouder verder kunnen oefenen. Denise Pires, trainster bij de Schoolsportvereniging in Beverwaard, geeft wekelijks de training. Over de communicatie met laagtaalvaardig ouders zegt ze het volgende: “Je ziet vaak dat de ouders intelligente mensen zijn. Zij kunnen in hun eigen taal goed lezen en schrijven, maar komen in de Nederlandse taal moeilijk mee. Het is daarom van belang dat je ze behandelt als volwassenen en niet op peuterniveau met hen communiceert.”

Zelfvertrouwen

Basisschool RK de Regenboog ligt in Beverwaard, een buurt waar veel anderstaligen wonen en hierdoor veel laagtaalvaardige inwoners heeft. Inherent hieraan is dat er op school ouders zijn die laagtaalvaardig zijn in de Nederlandse taal. Met de Sportieve Taalles wil men de ouders meer zelfvertrouwen geven in het spreken van de Nederlandse taal. Het zelfvertrouwen in de Nederlandse taal bij de ouders is van belang voor de ontwikkeling van de Nederlandse taal bij hun kinderen. “Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het voor de taalontwikkeling van kinderen niet voldoende is als ze er alleen op school mee bezig zijn. De Nederlandse taal moet ook thuis geoefend worden,” aldus Martijn Beerens, Manager Informatie, Collectie & Educatie bij Bibliotheek Rotterdam. Dit wordt bevestigd door Angelique van Slobbe, adjunct-directeur van RK de Regenboog. Door wekelijks dertig Nederlandse woorden in de nieuwsbrief mee te sturen is de school hier al actief mee bezig. De woorden zijn in thema van de lessen die er die week gegeven worden. Daarnaast is RK de Regenboog een Lekker Fit!-school. Dit houdt in dat ze bewegen belangrijk vinden en de leerlingen drie keer in de week gymles krijgen van een gediplomeerde gymdocent. Door de combinatie van sport en taal sluit de Sportieve Taalles aan op de visie van de school. Gert-Jan Lammens, directeur Rotterdam Sportsupport, trekt het breder: “Door slim te investeren in de sport- en beweegwereld en het koppelen van maatschappelijke uitdagingen kan er veel bereikt worden. ”

Deze pilot heeft ten doel het ontwikkelen van de motorische vaardigheden en taalvaardigheden bij peuters. Daarnaast willen we met de pilot bereiken dat de ouders meer kennis van, en vertrouwd raken met, de Nederlandse taal. Hierdoor kunnen de ouders hun kinderen beter ondersteunen bij het vervolg-onderwijs. Daarnaast wordt het voor de ouders makkelijker om zich te bewegen in de Nederlandse maatschappij. Na de pilot wordt er geëvalueerd en onderzocht op welke manier er een duurzaam project van kan worden gemaakt.

Groot probleem

Dat laaggeletterdheid een groot probleem is blijkt wel uit de cijfers: één op de negen Nederlanders tussen de 16 en 65 jaar is laaggeletterd en met iets meer dan één op de vijf steekt Rotterdam hier negatief bovenuit. Het gaat dan om respectievelijk 1,3 miljoen en 100.000 inwoners. In sommige wijken van Rotterdam is zelfs één op de drie laaggeletterd. Maar wanneer wordt er gesproken over laaggeletterdheid, laagtaalvaardigheid of analfabetisme? Analfabeten zijn ongeletterde die helemaal niet kunnen lezen of schrijven. Laaggeletterden hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Laagtaalvaardigen zijn anderstalige die moeite hebben met de Nederlandse taal. Voor laaggeletterde en laagtaalvaardige mensen is het omgaan met computers vaak lastig, zijn zij vaker werkloos en hebben ze meer problemen met hun gezondheid. Daarnaast hebben hun kinderen een grotere kans op achterstand en is het invullen van formulieren voor scholen, belastingdienst, toeslagen en uitkering een groot probleem.